Het spijt ons, maar onze woordenboeken weten niet hoe ze zinnen moeten vertalen!
WordReference biedt online woordenboeken, geen vertaalsoftware. Zoek de afzonderlijke woorden op (u kunt ze hieronder aanklikken) of stel een vraag op het forum als u meer hulp nodig heeft.
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
together adv (in one group) samen bw (ouderwets ) tesamen, tezaam, gezamenlijk bw We went to the theatre together. together adv (in one place) samen, bijeen bw We have the whole family together. together adv (into one group) bijeen, samen bw verzameld bn She gathered the flowers together in a bunch. together adv (in total) alles samen, in totaal bw (ouderwets of Belg. ) alles tesamen Together, the figures added up to ten. together adv (in concert) in koor, tesamen, samen bw The students answered together. together adv (reciprocally) samen, tesamen bw met elkaar They worked together, helping each other.
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
together adv (taken collectively) alles samen bw Taken together, their problems seem overwhelming.
Overeenkomende vermeldingen van de andere kant van het woordenboek
Voornaamste vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
gezamenlijk bn (alle) together adv united, combined, collective adj samen bw (bij elkaar) together adv samen bw (met elkaar, onderling) together adv with each other adv samen bw (met zijn tweeën) together adv
Aanvullende vertalingen WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
bijeen bw (samen, tezamen) together adj gathered adj met elkaar vz+vnw (samen, onderling) with each other prep + pron together adv bij elkaar vz+vw (samen, bijeen) together adv
Samengestelde woorden: WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
allemaal tegelijk bw (iedereen tezamen) all together adv alles bijeen vn+bw (alles tezamen) all together adv bij elkaar doen vz+vw+ww (samenvoegen) join, combine, merge vtr put together v expr bij elkaar komen vz+vw+ww (samenkomen) (informal ) get together v expr come together v expr meet vi bij elkaar passen vz+vw+ww (goed samengaan) go together v expr match vi bij elkaar scharrelen vz+vw+ww informeel (samenvoegen, verzamelen)scrape together v expr bij elkaar zijn vz+vw+ww (samenzijn) be together v expr door elkaar vlechten onoverg. uitdr. (door elkaar weven) braid together vi + adv en vw (additioneel) and conj in addition to, as well as conj together with, along with conj Ik hou van kranten en tijdschriften feest nw het (samenkomst om te vieren) party n celebration n soirée n (informal ) get-together, do n feestje nw het (party) party n celebration, festivity n get-together, do n (informal ) bash n in elkaar flansen overg. uitdr. informeel (vlug in elkaar zetten)fabricate vtr (informal ) slap together v expr in elkaar passen onoverg. uitdr. (aansluiten) fit together v expr connect vi in elkaar zetten overg. uitdr. (samenstellen, assembleren) put together v expr (formal ) assemble vtr nauw samenwerken bw+ww (uitgebreid samenwerken) work closely together v expr cooperate closely, collaborate closely vi + adv samen met bw+vz (temporeel: tegelijk met) together with adv + prep at the same time as expr samen met bw+vz (een relatie hebben met) (relationship ) together with adv + prep samen met bw+vz (met) together with adv + prep Piet ging samen met Jan naar het station. samenblijven onoverg. ww letterlijk (bij elkaar blijven)stay together v + adv samenblijven onoverg. ww figuurlijk (huwelijk: niet scheiden)stay together v + adv samengaan onoverg.ww (bij elkaar passen) go together vi phrasal match vi samengepakt worden bn+ww (opeengestapeld worden) be packed together vi + adj + adv samengepakt worden bn+ww (dicht op elkaar gezet worden) be packed together vi + adj + adv samensmelten tot ww+vz (tot één geheel worden) merge into vi + prep fuse into vtr + prep melt together into vi + adv + prep samenstellen overg.ww (uit delen opbouwen) compose, compile vtr put together vtr phrasal sep make up vtr phrasal insep samenwerken onoverg.ww cooperate, collaborate vi work together vi + adv scholen onoverg.ww (samendrommen) gather vi get together, flock together vi+adv slapen onoverg.ww (geslachtsverkeer hebben) (informal, euphemism ) sleep together vi + adv (informal, euphemism ) sleep with sb vi + prep sleep around vi phrasal verbonden bn (aan elkaar vastgemaakt) tied together
Vaste combinatie van werkwoord en voorzetsel WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
hold together vi phrasal (not fall apart) bijeenblijven onoverg.ww Incorporate the liquid into the dry ingredients until they hold together. Verwerk de vloeistof in de droge ingrediënten tot ze bijeenblijven. hold [sth] together vtr phrasal sep (stick) vastkleven, vastplakken overg.ww hold [sth] together vtr phrasal sep figurative (maintain unity)bijeenhouden overg.ww patch [sth] together vtr phrasal sep (assemble roughly) (informeel ) samenflansen, in elkaar flansen overg.ww pull together vi phrasal figurative, informal (make a joint effort)samenwerken onoverg.ww pull together vtr phrasal sep (assemble, gather) verenigen overg.ww sleep together vi phrasal informal, euphemism (have sex with one another) (eufemisme ) met iemand naar bed gaan frase After they slept together once, they never saw each other again. stand together vi phrasal figurative (be united) (figuurlijk ) één front vormen, de handen inéénslaan frase The country must stand together if we are to survive these difficult times.
Samengestelde woorden: WordReference English-Dutch Dictionary © 2026:
band together vi + adv (join forces) zich verenigen wk.ww (figuurlijk ) als één man optreden onoverg.ww The inhabitants banded together to fight the insect invaders. bring [sb/sth] together, bring together [sb/sth] vtr + adv (unite) samenbrengen, bijeenbrengen overg.ww Sunday lunch at my parents' house brings the whole family together. clump [sth] with [sth] , clump together ⇒ vtr (gather, cluster) bundelen, groeperen overg.ww opeenhopen overg.ww bijeenzamelen, vergaren overg,ww come together vi + adj (unite, join forces) vertaling niet beschikbaar We must come together if we want to win the battle. come together vi + adv (arrive at same time) tegelijk aankomen bw + onoverg. ww Since they ride the same bus, they always come together. gather together vi + adv (form a group) samenkomen ww Every year, the family gathers together at Grandma's house to celebrate her birthday. gather [sth] together vtr + adv (make a collection) iets verzamelen overg.ww go together vi + adv (accompany one another) met elkaar gaan woordgr How about if I leave my car here and we go together to the party? go together vi + adv (form a pair) bij elkaar horen bw + ww This gun and holster go together. go together vi + adv (form a pleasing combination) samengaan ww Wine and cheese go together very well. knock [sth] together vtr + adv slang (assemble crudely) (informeel ) in elkaar flansen, in elkaar timmeren overg. uitdr. Helga knocked dinner together from whatever she could find in the fridge. pull yourself together v expr informal (regain composure)zich vermannen wk ww Mark told his sister to stop crying and pull herself together. stick together vi + adv informal, figurative (be united)samen blijven onoverg. uitdr. verbonden blijven onoverg. uitdr. We will stick together through thick and thin! stick together vi + adv (adhere to one another) aan elkaar plakken onoverg. uitdr. The plot of the novel didn't make sense because several pages had stuck together. string [sth] together vtr + adv figurative (arrange coherently) (figuurlijk ) aan elkaar rijgen overg. uitdr. After his brain injury, he had difficulty stringing sentences together. string [sth] together vtr + adv (beads, etc.: thread) aan elkaar rijgen overg. uitdr. I like to string together small seashells to make a pretty necklace.